Zorg verschuift van ziekenhuis naar samenleving, maar de financiering blijft achter. Zonder passende bekostiging stokt vernieuwing en blijft preventie ondergewaardeerd.
Maurice van den Bosch, bestuursvoorzitter van het Antoni van Leeuwenhoek Kanker Instituut, constateert dat de zorg zich steeds meer verplaatst van het ziekenhuis naar de samenleving en de eerste lijn. Hij illustreert dit met longartsen die vanuit hun ziekenhuis actief voorlichting geven op middelbare scholen over de risico’s van roken en vapen; een voorbeeld van preventieve en maatschappelijk betrokken zorg, die buiten de traditionele DBC-structuren valt. (DBC staat voor Diagnose Behandel Combinatie. Het is een systeem dat in de Nederlandse gezondheidszorg wordt gebruikt om de kosten van zorg te registreren en te factureren.)
Volgens hem is innovatie alleen duurzaam als de financiële bekostiging meebeweegt. Hoewel dergelijke initiatieven intensieve aandacht verdienen, blijven ze vaak in een gat vallen doordat contracten met zorgverzekeraars nog primair draaien om volume in plaats van waarde. Hierdoor zitten ziekenhuizen die inzetten op preventie en gepaste zorg in een spanningsveld tussen maatschappelijke ambitie en financiële haalbaarheid.
Van den Bosch pleit voor betalingen die losstaan van volumegerichte DBC’s, en voor aparte betaalstromen die passen bij nieuwe vormen van zorg. Denk aan leefstijladvies, gastlessen op scholen, minder invasieve behandelingen of multidisciplinaire samenwerking. Belangrijk is dat deze activiteiten worden beloond met passende vergoedingen, inclusief een marge boven cost coverage, zodat instellingen ook financieel gezond kunnen blijven.
Tot slot benadrukt hij dat duurzame transformatie alleen mogelijk is wanneer passende zorg én passende bekostiging hand in hand gaan. Ziekenhuizen moeten in staat zijn niet alleen specialistische zorg te leveren, maar ook preventieve en maatschappelijke rollen op te pakken met een bijpassend financieringsmodel dat ruimte biedt voor impact.
