Nieuw onderzoek koppelt roken aan meer arbeidsuitval door ziekte in Engeland. Huidige rokers vallen vaker en langer uit; stoppen verkleint dat risico.

Het onderzoek maakt de sterke samenhang duidelijk tussen roken en economische inactiviteit door ziekte of beperking in Engeland tussen 2013 en 2025. De analyse is gebaseerd op gegevens van meer dan 173.000 volwassenen (18–64 jaar) uit de Smoking Toolkit Study, een nationaal representatieve maandelijkse survey. Economische inactiviteit wordt gedefinieerd als het niet hebben van betaald werk door langdurige ziekte of een handicap. De trends zijn vergeleken tussen huidige rokers, ex-rokers en nooit-rokers.

Belangrijkste bevindingen

  • Het aandeel werkenden dat wegens gezondheidsproblemen niet kan werken, verdubbelde van 2,5% in 2013 naar 5,5% in 2025.
  • Bij huidige rokers lag dit percentage in 2025 op 11,3%, wat bijna twee keer zo hoog is als bij ex-rokers (5,8%) en ruim drie keer zo hoog als bij nooit-rokers (3,3%).
  • In absolute aantallen betreft het in 2025 ongeveer 700.000 rokers die niet kunnen werken vanwege ziekte of een beperking, wat een aanzienlijke toename is ten opzichte van de 390.000 in 2013.
  • Onder ex-rokers was de kans op inactiviteit kleiner naarmate men langer gestopt was. Recent gestopten vertoonden juist een hogere kans, waarschijnlijk omdat ziekte vaak een aanleiding is om te stoppen.
  • Oudere leeftijdsgroepen lieten de sterkste stijging zien, maar ook bij jongeren onder 35 jaar is een aanzienlijk deel inactief, vaak gepaard met ernstige psychische klachten.
  • Bijna de helft van de rokers die niet werken door ziekte rapporteerde ernstige psychische stress.

Interpretatie

Roken blijkt een sterke voorspeller voor gezondheidsgerelateerde arbeidsuitval. De kloof tussen rokers en niet-rokers is in de loop van de tijd groter geworden. Hoewel roken niet de enige factor is — structurele ongelijkheden zoals armoede, opleiding en toegang tot zorg spelen een grote rol — draagt het substantieel bij aan arbeidsongeschiktheid en economische verliezen.

Implicaties

  • Investeren in rookpreventie en stoppen-met-roken-programma’s kan niet alleen de volksgezondheid verbeteren, maar ook het arbeidsaanbod en de productiviteit vergroten.
  • Beleidsmaatregelen moeten zowel individueel (hulp bij stoppen) als structureel (aanpakken van ongelijkheid, betere arbeidsomstandigheden) worden ingezet.
  • Psychische gezondheid verdient specifieke aandacht, zeker bij jongere rokers die uitvallen op de arbeidsmarkt.

Conclusie

In 2025 is ongeveer één op de negen werkende volwassenen die rookt niet in staat om te werken door langdurige ziekte of handicap. Het terugdringen van roken en het verminderen van de onderliggende sociaaleconomische ongelijkheid zijn cruciale sleutels om zowel gezondheidswinst als economische participatie te bevorderen.

Bronnen