Een jaar na het Belgische verbod op wegwerpvapes tonen cijfers massale inbeslagnames, hardnekkige illegale verkoop en een grote aantrekkingskracht op jongeren.

Sinds 1 januari 2025 geldt in België een verbod op de verkoop van wegwerpvapes. Een jaar later blijkt uit cijfers van de FOD Volksgezondheid dat deze vapes allerminst verdwenen zijn. In heel 2025 werden 140.019 illegale wegwerpvapes in beslag genomen, ondanks het formele verkoopverbod. Inspecteurs trokken daarvoor bijna 2.400 keer op controle bij onder andere dag- en nachtwinkels, krantenwinkels, tankstations en andere verkooppunten. Bij ongeveer 680 van die controles bleek nog steeds illegaal verkocht te worden, wat leidde tot bijna 600 processen-verbaal en achttien tijdelijke winkelsluitingen.

De berichtgeving schetst een consistent beeld: het verbod heeft de legale verkoop wel gestopt, maar de vraag is blijven bestaan. Wegwerpvapes zijn goedkoop, felgekleurd, vaak voorzien van fruitige of snoepachtige smaakjes en dus bijzonder aantrekkelijk voor jongeren. Verschillende artikelen benadrukken dat juist die combinatie (lage prijs, hoge nicotinegehaltes en kinderlijke marketing) ervoor zorgt dat jongeren makkelijk instappen en vervolgens moeilijk weer stoppen. Voor een deel van hen vormen wegwerpvapes bovendien een opstap naar het roken van traditionele sigaretten.

Een opvallend element in de recente rapportage is de focus op de Brusselse Agoragalerij, vlak bij de Grote Markt. Volgens VRT-gerelateerde berichtgeving en BRUZZ kwam ongeveer een kwart van alle in beslag genomen wegwerpvapes uit deze ene galerij, waar duizenden exemplaren werden gevonden, soms meerdere keren na elkaar. De toestellen lagen verborgen onder de toonbank, in souvenirdoosjes of in verborgen ruimtes; verkopers droegen soms zelf een vape om de hals om discreet te tonen wat er te koop was. Dat onderstreept hoe lucratief de illegale handel is en hoe ver sommige uitbaters gaan om het verbod te omzeilen.

De FOD Volksgezondheid en de inspectiediensten proberen de toestroom langs verschillende fronten af te remmen. Naast fysieke controles in winkels werken ze samen met grote online platforms zoals Amazon om advertenties voor wegwerpvapes offline te halen en in de toekomst hele websites te kunnen blokkeren die de producten blijven aanbieden. Toch blijft online verkoop een zwakke plek: eerdere rapporten en politieke reacties wezen er al op dat een groot deel van de webshops de regels naast zich neerlegt. Ook import uit buurlanden, waar bepaalde producten nog wel makkelijker verkrijgbaar zijn, houdt de markt in stand.

De medische en gezondheidsgerichte media leggen in hun stukken de nadruk op de gevolgen. Ze wijzen op nicotineconcentraties die soms twee- tot driemaal boven de wettelijke limiet liggen, op jongeren die via vapes in een hardnekkige nicotineverslaving terechtkomen en op de milieuschade van miljoenen wegwerpdevices met batterijen en plastic die als zwerfafval eindigen. In interviews noemen experts de situatie “zorgwekkend”: de combinatie van hoge verslavingskans, lage drempel en illegale beschikbaarheid maakt dat een louter juridisch verbod niet volstaat. Zij pleiten voor blijvende, intensieve handhaving, strengere online-regulering en preventiecampagnes gericht op jongeren en hun omgeving.

Alles bij elkaar laten de artikelen zien dat België na één jaar wegwerpvape-verbod midden in een overgangsfase zit. Juridisch is de stap gezet en de inspectiediensten boeken tastbare resultaten met tienduizenden inbeslaggenomen toestellen en gesloten winkels. Tegelijkertijd blijft de illegale markt groot en wendbaar, gevoed door grensoverschrijdende handel en online verkoop, en blijft de aantrekkingskracht op jongeren onverminderd groot. Het beeld is duidelijk: zonder structureel hoge handhavingsdruk, internationale afstemming en krachtige preventie zal het verbod op papier staan, maar zal de praktijk nog lang achterlopen.

Bronnen