Sophie Cohen en Leon van den Toorn - © Raymond Rutting / de Volkskrant

Om gezondheidsschade bij vooral jongeren beter in beeld te krijgen, start 1 januari een landelijk meldpunt waar artsen vapegerelateerde klachten anoniem kunnen melden.

Kinder- en longartsen slaan alarm over de snel toenemende gezondheidsschade door vapen, vooral bij jongeren. Wat tot nu toe in losse meldpunten en casussen opdook, blijkt volgens hen slechts het topje van de ijsberg. Daarom richten de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en de longartsenvereniging NVALT, in samenwerking met het RIVM en het ministerie van VWS, één landelijk meldpunt op waar artsen vermoedelijke vapegerelateerde klachten en ziektebeelden kunnen registreren. Vanaf 1 januari 2026 kan iedere arts – van jeugdarts en huisarts tot medisch specialist – patiënten volledig geanonimiseerd aanmelden, zodat de gegevens niet naar individuen zijn terug te voeren.

Het meldpunt moet vooral duidelijk maken welke klachten voorkomen, hoe vaak ze optreden en bij welke groepen patiënten. Het gaat daarbij niet alleen om ernstige longproblemen of ziekenhuisopnames, maar ook om meer “vage” of milde klachten zoals benauwdheid, hoofdpijn, slaapproblemen, concentratieverlies en slechter herstel van botbreuken. Artsen signaleren dat bij sommige jongeren “alles, echt alles, moeizamer gaat” sinds zij vapen: traplopen, sporten, leren op school en herstel na ziekte of letsel. Door die ervaringen systematisch vast te leggen, hopen initiatiefnemers patronen te zien die nu verborgen blijven, en zo eerder te ontdekken wanneer een nieuwe stof in vapes tot acute of chronische schade leidt – vergelijkbaar met de EVALI-uitbraak in de Verenigde Staten in 2019.

De meldingen worden door het RIVM verzameld en elke zes maanden geanalyseerd. De halfjaarlijkse rapportages moeten trends en risicogroepen in beeld brengen en een stevige basis bieden voor beleid, zowel lokaal als landelijk. De artsen hopen dat de cijfers niet alleen de politiek wakker houden rond vapen, maar ook helpen om strengere regelgeving, toezicht en preventie te onderbouwen. Tegelijkertijd moet het meldpunt de medische praktijk veranderen: volgens de longartsen zou bij elke jonge patiënt in de spreekkamer expliciet naar vapen gevraagd moeten worden, zodat klachten sneller aan nicotine- en dampgebruik worden gekoppeld en direct bij het meldpunt terechtkomen.

Al in november beschreven kinder- en longartsen in Medisch Contact waarom bestaande initiatieven tekortschoten: meldpunten waren versnipperd, weinig bekend en leverden te weinig data op, vooral buiten het ziekenhuis. Met het nieuwe nationale vapemeldpunt willen zij die versnippering doorbreken en één centrale plek creëren waar artsen vrijwillig en laagdrempelig kunnen melden. Door de digitale vragenlijst kort maar informatief te houden, verwachten de initiatiefnemers dat drukbezette artsen toch bereid zijn structureel bij te dragen. Uiteindelijk moet het meldpunt helpen om de werkelijke omvang van de vapeschade zichtbaar te maken, en zo zowel de individuele zorg voor patiënten als het bredere beleid tegen vapen aanzienlijk te versterken.

Bronnen